

Wat ik in mijn werk als kindercoach vaak merk, is dat een korte uitleg over de werking van het brein, ouders helpt bepaald gedrag van hun kind te begrijpen. En dat inzicht helpt hen, en het kind, bij het omgaan met dit gedrag.
Want je kent het vast: je kind is boos, verdrietig of angstig en is hard aan het schreeuwen, huilen of het verstopt zich. Vervolgens probeer je het boze kind uit te leggen waarom iets écht niet mag, en waarom schreeuwen of slaan niet oké is. Het huilende kind probeer je tot rede te brengen en het bange kind probeer je te overtuigen van het feit dat iets heus niet zo spannend is. Maar je woorden komen gewoonweg niet binnen. En hoe meer of hoe harder jij praat, des te harder jouw kind schreeuwt of huilt. Dit is precies wat er gebeurt als een kind in zijn reptielenbrein schiet.
Ons brein bestaat uit drie delen. Als we ontspannen zijn dan zitten we in ons mensenbrein: daar vinden onze gedachten plaats. Met dit brein kunnen we denken, leren, luisteren, plannen en rekening houden met anderen. Als dit brein rustig is, dan is er contact met onze gevoelens.
Voelen doen we met ons zoogdierenbrein. Dat geeft aan of je iets fijn vindt of juist niet, en of je ergens blij of juist verdrietig van wordt.
Als deze gevoelens te heftig worden dan neemt het reptielenbrein de regie over. Het reptielenbrein is het oudste deel van ons brein en zorgt voor overlevingsreacties zoals vechten, vluchten of bevriezen. Wanneer een kind gaat vechten, kan het vervelende dingen zeggen, schreeuwen of heel boos worden. Een kind dat vlucht rent heel snel weg. En een bevriezend kind doet helemaal niets meer.
Wanneer een kind in het reptielenbrein schiet, wordt het menselijk brein uitgeschakeld. Er ontstaat een soort kortsluiting. Het kind kan nu niet nadenken, relativeren of luisteren. Dus niets van wat jij zegt komt binnen. Toch zijn ouders vaak geneigd om op dat moment grenzen duidelijk te maken, op het kind in te praten, te overtuigen, en wat al niet meer…
Als je iets bij je kind wil overbrengen dan is het nodig eerst weer contact te kunnen maken. Dat is niet mogelijk zolang het kind nog in zijn reptielenbrein zit. Door eerst de emotie te laten zakken, help je je kind veel effectiever. Een kind moet zich dus eerst weer rustig en veilig voelen. Maar hoe doe je dat?
Allereerst: blijf zelf rustig. Een kind heeft niets aan een ouder die nog bozer wordt of nog harder gaat praten of schreeuwen dan hijzelf. Dus blijf kalm, hoe moeilijk dat misschien ook is.
Wat verder werkt, is voor ieder kind anders. Ga op zoek naar wat voor jouw kind werkt: dit kan een stevige knuffel zijn, of zachtjes aaien over de rug. Of gewoon even bij het kind gaan zitten zodat het zich gezien en veilig voelt. Geef het kind een glaasje water, of laat het simpelweg even uitrazen (natuurlijk zonder dat dingen kapotgaan, of iemand geslagen wordt, maar even met wat kussen gooien kan helpen). Over het algemeen is het goed om in de buurt te blijven, je kind heeft je immers nodig in deze lastige situatie met al die overweldigende emoties.
En misschien nog wel het meest handig: laat, op een moment dat iedereen rustig is, je kind zelf vertellen wat helpt. Vraag er gewoon naar, vaak komt er een verrassend mooi antwoord. Sommige kinderen vinden het fijn even naar buiten te gaan of op de trampline te springen. Andere kinderen lezen liever hun favoriete stripboek of gaan tekenen. Je kunt ook samen een codewoord afspreken. Wanneer het kind weer in het reptielenbrein schiet, kan het kind of de ouder dat codewoord gebruiken. Zo is voor iedereen duidelijk dat het kind het even lastig heeft en dat je beter kunt wachten tot de emoties gezakt zijn.
Om beter met haar eigen boze buien om te gaan, had de dochter van een vriendin zelf bedacht dat ze, zodra ze boos zou worden, een rekensom wilde krijgen. En dat werkt verrassend vaak heel goed. ‘Ik denk dat het weer tijd is voor een rekensommetje?’ is wat moeder nu zegt als haar dochter flink in haar emoties schiet. Een paar sommetjes worden opgezegd en dochter gaat (soms een beetje schoorvoetend) aan het rekenen, zij laat immers geen enkele rekensom zomaar aan haar voorbij gaan.
Op het moment dat je kind weer kalm is, kun je weer met hem in gesprek gaan. Let erop dat jij zelf óók weer rustig bent; alleen dan kan er echt contact gemaakt worden. Dit kan vijf minuten na de ‘kortsluiting’ zijn, een uur later, maar het kan natuurlijk ook gewoon een dag later, wanneer de gemoederen echt tot rust gebracht zijn en er tijd en ruimte is voor een gesprek. Binnen het programma Verbindend Gezag & Geweldloos Verzet wordt dit mooi verwoord: “Het ijzer smeden als het koud is.”